Sign up with your email address to be the first to know about new products, VIP offers, blog features & more.

Wat het oog van de expert mist, pikt de Run3D-test op

De Run3D-test is een nauwkeurige loopanalyse. Het motion capture-systeem pikt subtiele afwijkingen in je loopstijl op die verband kunnen houden met blessures. Levert het advies aan de loper iets op? 

Toen Dennis Schilderman (30) vijf jaar geleden begon met hardlopen wilde hij de beste ultraloper van Nederland worden. “Niet meteen natuurlijk, maar dat was wel altijd de stip op de horizon”, vertelt hij over de telefoon. Met zo’n ambitieus doel moet je natuurlijk wel consistent kunnen trainen. Helaas ging het niet van een leien dakje. De meeste blessures kwamen en gingen, maar bij afstanden langer dan zestig kilometer bleef hij last houden aan de voorkant van zijn heup. “Alsof iemand er met spelden in prikte.” Waar de pijn vandaan kwam was niet duidelijk te zeggen. Zijn techniek zag er goed uit en uit functietests kwam weinig opvallends.

Dit artikel verscheen eerder op de website van innovatienetwerk Running 20/20.

Vorig jaar deed Schilderman de Run3D-test, een gedetailleerde loopstijlanalyse gebaseerd op motion capture. De loper krijgt reflectieve markers op zijn onderlichaam geplakt, die door infraroodcamera’s gevolgd worden om de loopbeweging te transformeren tot een driedimensionaal beeld. Het systeem registreert de hoeken van de gewrichten in drie dimensies. Je komt bijvoorbeeld te weten hoeveel je je knie buigt en strekt, en hoe ver je die knie naar buiten en binnen beweegt. Software vergelijkt de uitkomst daarna met gegevens uit een database van een groep ongeblesseerde lopers. Val je buiten de ‘normale’ range? Dan laten de cijfers en grafieken dat zien. Een fysiotherapeut kan de bevindingen daarna gebruiken om een loper gerichter te behandelen.

“Mijn rechterheup bewoog minder ver naar binnen dan links. Rechts bewoog ook minder omhoog en omlaag”, vertelt Schilderman over de resultaten. De verschillen ten opzichte van de controlegroep waren subtiel en alleen zichtbaar met motion capture. Met een gewone video-analyse in 2D zou zelfs het getrainde oog van de fysiotherapeut die kleine afwijkingen in looppatroon niet hebben opgepikt.

Van lab naar kliniek

Afwijkingen in je looppatroon kunnen geleidelijk tot blessures leiden, zelfs als ze heel subtiel zijn, legt Jessica Leitch het idee achter de analyse uit. Leitch is de oprichter van de Run3D en is gespecialiseerd in de biomechanica van hardlopers. Tijdens haar promotieonderzoek aan de Oxford University gebruikte ze motion capture om kniepijn (patellofemorale pijnsyndroom) bij langeafstandslopers te onderzoeken. Daarna richtte ze een spin-off bedrijf op om een prototype van de 3D-loopanalyse buiten het lab beschikbaar te maken voor fysiotherapeuten en coaches. Momenteel maken dertien sportklinieken in Europa via een franchisenetwerk gebruik van de Run3D. Tot voor kort bood fysiotherapeut Ronald Dercksen de analyse in Nederland aan, maar vanaf februari gaat Podotherapeutisch Centrum RondOm (180 locaties in Nederland ) het systeem gebruiken, te beginnen in hun praktijk in Soest.

 

 

De analyse laat geen twijfel bestaan over je looppatroon; elk detail wordt gevat in cijfers en grafieken. Objectiever krijg je het niet. Heb je terugkerende blessures? Dan kan de Run3D wat voor je betekenen. “Met de analyse proberen we uit te vinden waarom iemand een probleem heeft”, aldus Leitch. Lukt dat eigenlijk wel goed? Een blessure linken aan een bepaalde looptechniek? De literatuur laat weinig direct bewijs zien voor een verband tussen die twee. “Het probleem met de literatuur is dat onderzoekers alle blessures op één hoop gooien”, legt ze uit. “Sommige lopers hebben een enkelprobleem, anderen hebben last van hun knie, maar daar wordt vaak geen onderscheid tussen gemaakt. Als je alles bij elkaar optelt vind je inderdaad geen duidelijke biomechanische patronen.” Kijk je naar één specifieke klacht, zoals zij deed met patellofemorale pijn, dan beginnen de contouren zich al beter af te tekenen.

“De Run3D-analyse vertelt niet hoe je moet rennen, maar waar je zwakheden liggen”, vertelt Dercksen. “Er is geen goed of fout in techniek, daar spreken we niet van. De analyse geeft je een nauwkeurig overzicht van de manier waarop je je lichaam belast tijdens hardlopen. Je kan er blessuregevoelige punten mee belichten waar een loper dan weer aan kan werken. Het is geen exacte wetenschap. Maar als iemand aanklopt met een blessure en je ziet deze cijfers, dan biedt dat handvatten om te kijken waar een loper iets kan veranderen.”

Voorbereiding op de marathon

Als voorbereiding op mijn eerste marathon stond ik een paar maanden terug zelf ook beplakt met markers op de loopband. Bij lange afstanden krijg ik blessures. Wat gaat er mis? De software registreerde een paar kleine afwijkingen: ik veerde wat ver omhoog, zou idealiter mijn bekken iets meer naar voren moeten kantelen, zet erg krachtig af. In combinatie met kort grondcontact een techniek die beter past bij een 1500-meterloper dan een marathonloper. Advies van Dercksen: meer ontspannen lopen en niet zo hard afzetten. Hoe? Door mijn knieën iets meer te buigen bij landing. Tijdens de meting kan je met het advies alvast even oefenen. Voor de loopband staat een scherm waar in real-time gegevens over je looppatroon verschijnen. Zodra ik iets meer ‘zittend’ ging lopen, werden de waardes van de verticale verplaatsing kleiner.

Het belangrijkste wat eruit rolde, was iets dat Dercksen al had gezien: een bekken waarvan de rechterkant iets anders doet dan de linkerkant. De meting in 3D onderbouwde die observatie met extra details. Nu is een asymmetrie niet meteen een ramp, maar als het extremer wordt, kan het problemen opleveren, zei hij. Advies: heupoefeningen om de boel flexibel en sterk te houden. Ook fijn om te weten: mijn naar binnen staande knieën waar ik me altijd zo druk om maakte vormen tijdens hardlopen eigenlijk geen probleem. M’n bovenbenen draaiden niet te ver naar binnen. Hoe je er in stilstand bij staat, zegt dus niet zoveel over hoe je je lijf belast als hardloper.

Overgewaaid uit de filmindustrie

De techniek die in de Run3D-test gebruikt wordt komt rechtstreeks uit de filmindustrie. In films als Planet of the apes wordt de beweging van acteurs door middel van lichaamsmarkers gekopieerd naar geanimeerde personages. De Run3D-test is niet de enige loopstijlanalyse die driedimensionaal registreert. Andere 3D-analyses maken bijvoorbeeld gebruik van hogesnelheidscamera’s (Saucony Stride Lab) of camera’s met dieptewaarneming (MotionMetrix), waarvoor geen lichaamsmarkers nodig zijn. Met behulp van markers is de registratie van iemands beweging doorgaans nauwkeuriger.

Vaardigheid van de clinicus

De database van de Run3D bestaat uit de gegevens van vijftig snelle mannen en vrouwen tussen de achttien en 55 jaar, die twee jaar blessurevrij waren en minimaal 32 kilometer per week liepen. Daartegen worden jouw data afgezet. Stel je wijkt op vijf punten erg af van die groep snelle Jelles, hoe erg is dat als je nergens last van hebt? Nou, niet. Als je nergens last van hebt, hoef je niks aan je looppatroon te veranderen, benadrukt Leitch.

Stel dat je op vijf punten afwijkt van de norm, en je hebt wél serieuze blessures. Moet je je loopstijl dan op al die punten gaan aanpassen? Wat zijn de hoofd- en de bijzaken? Dit is het punt waarop de vaardigheid en expertise van de fysiotherapeut om de hoek komt kijken, volgens Leitch. Fysiotherapeut of sportartsen die de apparatuur willen leasen krijgen er een workshop ‘resultaten interpreteren’ bij. “De clinicus interpreteert de resultaten met het probleem van de loper in het achterhoofd. Bepaalde kenmerken zullen er dan uitspringen.” Door één ding aan te passen aan je loopstijl, veranderen andere dingen bovendien meestal mee. Verandering in de positie van je bekken heeft bijvoorbeeld meteen impact op je voetlanding.

Ultraloper Schilderman was, verzot als hij is op metingen aan zijn lijf, enthousiast over het inzicht dat de test hem verschafte. “Maar als leek snap je niks van de resultaten”, zegt hij. “Je zou je echt moeten verdiepen in looptechniek om er wijs uit te worden. Het is daarom belangrijk dat degene die de test afneemt met een concreet advies komt.” Dat advies kan bijvoorbeeld bestaan uit rek- en spierversterkende oefeningen, bepaalde schoenen gebruiken of tips om je looppatroon aan te passen. Zelf kreeg hij op basis van de uitslag heupmobilisatie-oefeningen mee. Schilderman: “Stretchen helpt. Die heupklacht is zo goed als weg. Bij ultra’s kom ik meestal binnen bij de beste vijf tot tien procent.”

Jezelf met jezelf vergelijken

De analyse is prachtig, maar wat doe je met de uitkomst? Die vraag blijft nu nog een beetje in de lucht blijft hangen. Levert het advies de loper daadwerkelijk iets op? Om de resultaten wetenschappelijker te maken zou je eerst een nulmeting moeten doen. Hoe ziet je looppatroon met een blessure eruit? Daarna gaat de loper met het advies van de clinicus aan de slag. Na een paar maanden, als de klachten weg zijn, komt hij terug voor een tweede meting om te kijken wat het heeft opgeleverd. De fysio kan dan meteen checken of het advies goed geïmplementeerd is. Stel je moet je voet dichter onder je lichaamszwaartepunt neerzetten. Doe je het wel zoals het moet? Of ga je nu ineens iets geks doen met je knieën? Zo’n controlemoment is wat nu mist.

In plaats van een controlegroep als norm te nemen, zou je ook je eigen norm kunnen worden. Jezelf met jezelf vergelijken heeft volgens kenners het grootste potentieel om blessureleed te verminderen. “Zeker weten”, zegt ook Leitch. “Met de Run3D kan je jezelf met jezelf vergelijken, als je hem meerdere keren doet.” Zo’n tweede meting zie ik zelf in ieder geval wel zitten. Is mijn looppatroon nu, een half jaar na de test, ten goede veranderd? De marathon is eindelijk gelukt, maar leverde wel weer een fikse blessure op. Als het op blessurepreventie aankomt is het biomechanische aspect trouwens maar één onderdeel, wil Dercksen nog benadrukken. “Het is niet zo dat als je netjes binnen de normwaarden scoort, of daar op gaat trainen, dat je dan niet geblesseerd zal raken. De Run3D zegt natuurlijk niks over je trainingsbelasting, voeding en dergelijke.”

Voor Schilderman heeft hardlopen inmiddels een nieuwe wending genomen. De beste van Nederland worden heeft hij uit zijn hoofd gezet. “Ik probeer me meer op het proces te richten dan op de prestaties, om het plezier te vinden en een bewustere hardloper te worden.” De heupoefeningen doet hij bij zijn nieuwe fysio – hij is verhuisd – nog steeds. Hij is tevreden: “Zolang ik blijf stretchen gaat het goed.”

0
1 Response
  • djaktief
    januari 21, 2020

    Heel interessant want ik heb een heupblessure. Ik neem deze info mee naar de orthopeed.

Geef een reactie